Groeiende behoefte aan hernieuwbare waterstof voor luchtvaartbrandstoffen in Nederland

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft studio Gear Up een onderzoek uitgevoerd naar de waterstofbehoefte van de Nederlandse luchtvaartsector richting 2030 en 2050. Waterstof is nodig voor de productie van duurzame, biogene luchtvaartbrandstof (SAF) en e-SAF (op basis van waterstof, uit elektrolyse van hernieuwbare elektriciteit, en CO2). Het onderzoek geeft inzicht hoeveel waterstof nodig is om te kunnen voldoen aan de doelen die gesteld zijn rondom duurzame luchtvaartbrandstoffen in het ReFuelEU Aviation-voorstel van de Europese Commissie en de Nederlandse Luchtvaartnota. In het onderzoek is ook rekening gehouden met mogelijke nieuwe ontwikkelingen, zoals elektrisch aangedreven vliegtuigen en waterstofbrandstofcelvliegtuigen.

Gebaseerd op de voorgestelde inzet van ten minste 5% SAF in 2030, zoals genoemd in het ReFuelEU Aviation voorstel van de Europese Commissie, medio 2021, is voor de Nederlandse situatie ongeveer 8,9 PJ duurzame luchtvaartbrandstof nodig om te voldoen aan deze bijmengverplichting.

Uit onze analyses blijkt dat de doelen van ReFuelEU Aviation tot een grote vraag naar hernieuwbare waterstof leidt en daarmee ook tot een additionele vraag naar hernieuwbare elektriciteitsproductie veroorzaakt. In 2030 is er voor de invulling van ReFuelEU Aviation in totaal 3,2 PJ waterstof nodig, waarvan in ieder geval 2,1 PJ hernieuwbaar moet zijn, namelijk voor de productie van e-SAF. Voor de waterstof die nodig is in de productie van bio-SAF stelt regelgeving nog geen eis aan de hernieuwbaarheid ervan. Realisatie van de Nederlandse Luchtvaartnota (14% bijmenging in 2030) zou tot een waterstofvraag van totaal 5,4 PJ in 2030 leiden. Zie de tabel.

Tabel 1. Samenvatting van de resultaten van deze studie. De resultaten geven we weer in petajoule (PJ) voor de vereiste hoeveelheden duurzame vliegtuigbrandstof (SAF), waarvan een deel biobrandstof (bio-SAF) en een ander deel e-brandstof (e-SAF) is; voor de totale waterstofvraag voor de raffinage van SAF en waterstofvliegtuigen, en de minimale vraag naar hernieuwbare waterstof. De vereiste opwekkingscapaciteit voor hernieuwbare elektriciteit ramen we op basis van offshore windenergie (in GW), de ene keer voor het geval dat alle waterstof hernieuwbaar moet zijn, en de andere keer alleen voor de minimaal vereiste hernieuwbare waterstof.

De aangekondigde SAF-productie in Nederland is in theorie voldoende om tot en met de periode van 2045-2049 aan ReFuelEU Aviation bio-SAF-mandaten te voldoen. Daarbij merken we op dat er voor de ReFuelEU Aviation mandaten voor e-SAF geen overeenkomstige e-SAF productie is gepland. In die situatie is vanaf 2035 import van e-SAF of additionele productie in Nederland nodig om aan de e-SAF mandaten te voldoen. De aangekondigde SAF-productiefaciliteiten in Nederland zullen naar verwachting ongeveer 14,5 PJ aan waterstof verbruiken, waarvan ongeveer 3,7 PJ hernieuwbaar moet zijn.

Tegen 2050 zal de waterstofvraag van de luchtvaart in Nederland sterk toenemen als gevolg van de hoge e-SAF-mandaten die in ReFuelEU Aviation zijn opgenomen. Dit betekent dat de waterstofvraag in de luchtvaartsector in 2050 tussen 82 en 102 PJ waterstof bedraagt. De grote marge is het gevolg van onzekerheden in:

  • de exacte conversiepaden die worden gebruikt om de bio-SAF te produceren, zoals bijv. HEFA, Alcohol to Jet en SAF via Fischer-Tropsch-route
  • de mate van penetratie van waterstofvliegtuigen in de vloot in 2050, en
  • of de doelstelling van 63% SAF in ReFuelEU Aviation zal worden gehaald dan wel of de doelstelling van 100% SAF in de Luchtvaartnota.

Voor deze volumes waterstof is een extra productiecapaciteit van 9,3 tot 11,6 GW aan hernieuwbare elektriciteitsopwekking nodig (gebaseerd op windenergie op zee). Door het ondersteunen van waterstof-efficiënte bioconversiepaden (zoals bio-Fischer-Tropsch) kan Nederland tot 2 GW additionele opwekkingscapaciteit besparen.

Figuur 1. Vergelijking van het waterstofverbruik van alle onderzochte scenario’s van de ReFuelEU Aviation en de Luchtvaartnota en de aangekondigde productiecapaciteit. Bedenk wel dat deze hoeveelheden waterstof ook in het buitenland kunnen worden geproduceerd en als waterstof of als e-SAF kunnen worden geïmporteerd.

Kamerbrief van Minister Harbers

Minister Harbers van Infrastructuur en Milieu stuurde 17 januari 2023 een brief met toelichting over de waterstofbehoefte in de Nederlandse luchtvaartsector naar de Tweede Kamer.

De brief, met het rapport van studio Gear Up als bijlage, is hier te vinden.

Download rapport

Het rapport is ook hier te downloaden.

Related

Scroll to Top